Kroniek van de Landschapstriennale: de opening en het Spraakwaterfestival

Het is maar een klein groepje dat op een donderdagochtend in september over de Arnhemse Rijnkade gaat. De wandeling is onderdeel van het zogenoemde Spraakwaterfestival, een door de Groene Metropoolregio Arnhem-Nijmegen georganiseerd symposium over watervraagstukken. De geringe opkomst – andere excursies naar Meinerswijk en de Jansbeek waren drukker bezocht – is misschien wel illustratief voor de moeizame band tussen de stad Arnhem en de rivier de Nederrijn. Decennialang was de kade aan de zuidkant van het stadscentrum niet meer dan een stenige en unheimische nogo-area. Arnhemmers kwamen er niet, toeristen wisten niet dat de rivier zo dichtbij lag.

De recente herinrichting brengt daar verandering in, leren de wandelaars van landschapsarchitect Theo Reesink. Hij maakte de kade – volgens hem ‘een monumentale ruimte’ – weer onderdeel van de singelstructuur rond de binnenstad. Bij de John Frostbrug kreeg een rommelige overgangszone een waardige inrichting met statige trappen en gebakken klinkers. Aan de andere zijde bij de Nelson Mandelabrug vullen een plantsoen en een skatepark het gat tussen de rivier en het befaamde door Peter Struycken vervaardigde landschapskunstwerk Blauwe Golven. Ertussen kwam een autovrije straat met weelderige plantenborders, Portugees graniet en caféterrassen. Hier en daar leiden royale trappen naar de kade, halverwege klinkt het klaterende geluid van de Sint Jansbeek die in de Rijn stroomt.

Aanleiding voor de vernieuwing was de vervanging van de oude kadewand. De nieuwe keermuur is door Reesink subtiel in het kadeprofiel geplaatst. Dit fraaie stukje ingenieurskunst beschermt de stad zelfs tegen extreem hoge waterstanden die eens in de 1000 jaar voorkomen.

Dat kan overigens morgen al zijn, al is dat met de blik op de historisch lage waterstand van de Nederrijn maar moeilijk voor te stellen. Die paradox – hoge kademuur langs laag waterpeil – staat symbool voor de uitersten waar we in het riviergebied steeds vaker mee te maken krijgen. In de ochtend liet deltacommissaris Co Verdaas zien hoe de pieken in het waterafvoersysteem steeds verder uiteen liggen. ‘Het kan een half jaar droog zijn’, sprak hij zijn gehoor in het provinciehuis toe. ‘Maar als daarna in een etmaal 200 millimeter valt, lopen onze huizen alsnog onder.’ Verdaas haalde onlangs het nieuws met de ongemakkelijke boodschap dat meer geld nodig is om het waterbeheer op orde te krijgen. Tijdens het festival herhaalde hij die boodschap. ‘Ondanks de luxe dat we als een van de weinige landen in Europa nog van alle kanten zoet water ontvangen, moeten we direct stoppen met “het zo snel mogelijk afvoeren van dat spul”.’

De deltacommissaris zei ook nog dat oplossingen voor watervraagstukken soms elders liggen. Door onder meer bodemerosie in de Waal stroomt er steeds minder water richting de IJssel, met alle gevolgen voor het peil in het IJsselmeer van dien – het voornaamste zoetwaterreservoir voor Friesland, Groningen en Drenthe. Oftewel, om te voorkomen dat de noordelijke provincies te maken krijgen met substantiële watertekorten, zijn rigoureuze ingrepen in het rivierlandschap van Arnhem en Nijmegen onoverkomelijk. Daarmee is, zo besloot Verdaas, de wateraanpak een solidariteitskwestie geworden.

De term solidariteit klonk vaker die eerste triënnaledagen. Tijdens de opening in het Nederlands Watermuseum mochten vertegenwoordigers van het College van Rijksadviseurs, Staatsbosbeheer en de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (de drie partners van de Landschapstriennale) aan de slag met de door het kunstenaarscollectief Avec Sans bedachte installatie Pompen of Verzuipen. Als ware watermeesters kwamen zij voor lastige keuzes te staan. Want wie krijgt bij droogte water toebedeeld: de stad, de natuur of de landbouw?

Voormalig denker des vaderlands Marjan Slob verhaalde in haar Bijhouwerlezing op vrijdag over hoe solidariteit aan de basis staat van onze collectieve strijd tegen hoog water. Het is alleen, haastte ze zich te zeggen, alleen niet altijd duidelijk wie met wie solidair moet zijn. Gelukkig had deltacommissaris Verdaas daar een dag eerder een antwoord op. Hij vertelde over een akkerbouwer op Schouwen-Duiveland, mogelijk het droogste stukje Nederland, die een deel van zijn land beschikbaar stelt voor de aanleg van een zoetwaterbekken. Dat offer brengt hem weinig goeds, maar hij begrijpt waarom het nodig is – voor zijn kinderen, voor de toekomst van de agrarische sector, voor de weerbaarheid van het land.

Journalist Mark Hendriks bezoekt tijdens de Landschapstriënnale 2026 een aantal evenementen en schrijft daar een artikel over. Al deze artikelen worden gebundeld en na afloop van de Landschapstriënnale 2026 gepubliceerd in de Kroniek van het Landschap 2026.

Deel dit bericht