Kroniek van het Landschap: Hands-on

Wat is het verfrissend als een bestuurder niet om de hete brij heen draait. Tijdens het Spraakwaterfestival op de tweede triënnaledag zei de Gelderse gedeputeerde Dirk Vreugdenhil dat de vele crises waarmee we kampen, waaronder die op het gebied van water, het gevolg zijn van een uitgeklede ruimtelijke ordening. ‘Daardoor’, sprak hij, ‘zijn we de samenhang der dingen kwijt geraakt.’ Om in Gelderland het tij te keren startte hij in het provinciehuis het ‘ruimtelab’, zeg maar een R&D-afdeling waar met ontwerpkracht wordt onderzocht hoe acute opgaven moeten worden aangepakt.

Zoals hoe om te gaan met de bij velen onbekende zoetwaterbel onder de Veluwe, met een zoetwatercapaciteit die zeven keer zo groot is als het IJsselmeer. Kunstenaars, ontwerpers en toekomstdenkers gingen aan de slag met de vraag wat nodig is om te zorgen dat de bel ook in 2100 nog intact is. De antwoorden lopen uiteen. Vanuit ecologisch opzicht is het wijs om op en rond de Veluwe soorten leidend te maken die de zoetwatervoorraad niet uit putten. Zoals de aanplant van olijfbomen op de hoge zandgronden, de teelt van sorghum langs de sprengen en rijen schietwilg in het dal van de IJssel. In een ander scenario is de waterbel over 80 jaar met digitale technieken tot leven gewekt. Op basis van uitputtende data-analyses bepaalt de bel – luisterend naar de naam Falwa – zelf wat goed voor ‘haar’ is.

Over het belang van dit soort ‘vervooruitkijkexercities’ met ruimte voor onconventionele voorstellen, is tijdens de triënnale die vaker gesproken – door deltacommissaris Co Verdaas bijvoorbeeld en door rijksadviseur Noël van Dooren. Na de speech van gedeputeerde Vreugdenhil riep die laatste op tot stevige ingrepen. Alleen zo kan een structurele herschikking van wat hij noemt de waterbalans – het samenspel van grondwaterstromen, rivieren en neerslag – tot stand komen.

Tegelijkertijd stelde Van Dooren dat om dat hernieuwde watersysteem van de toekomst voor elkaar te krijgen, nu al hands-onprojecten nodig zijn. Daarvan waren tijdens het middagprogramma enkele glimpen op te vangen. Zoals het masterplan voor de IJsselvallei, in feite een verzameling van projecten om de vallei te vernatten zodat de ‘geheime’ ondergrondse waterstromen tot hun recht komen, verdroging wordt tegengaan en een vitaal en aantrekkelijk landschap ontstaat.

Wie zelf wilde zien hoe in Arnhem hands-on projecten in de praktijk uitpakken, kon twee dagen later uit fietsen met Young NVTL, de vereniging van jonge landschapsarchitecten. Ruim 25 studenten en pas afgestudeerden bezochten Meinerswijk, een vergeten plek in de uiterwaarden van de Nederrijn waar lange tijd niemand raad mee wist. Tot landschapsarchitect Harro de Jong zich vijftien jaar geleden om het plassengebied begon te bekommeren. Hij zag mogelijkheden om de oude haven en sleetse industrie om te toveren tot een heus rivierpark, waar het water de ruimte krijgt en de natuur vrij spel. De Jong tekende een nevengeul met zandige oevers om te zwemmen, te wandelen en te varen. Op met rivierbossen beplante hogere delen bedacht hij een Scandinavisch ogend woonbuurtje van houten huizen die verspreid in het landschap staan.

Hoewel het plan paradijselijk aandoet en vele doelen dient – ruimte voor de rivier, de ombouw van een schimmig gebied tot een publiek park, de bouw van nieuwe woningen – werden de ideeën van De Jong niet direct omarmd. Aan zijn toehoorders vertelde hij dat Rijkswaterstaat niet stond niet te trappelen om mee te werken aan het graven van een nevengeul. En dat in de stad zelf een referendum nodig was om groen licht te krijgen. Toch raakte het jonge publiek geïnspireerd door het pionierskarakter – het idee om helemaal zelf een project te starten en daar opdrachtgevers bij te zoeken spreekt immers tot de verbeelding.

Na afloop vertelde Young NVTL-bestuurslid Daniel Barrero dat De Jongs houding van volhouden om een stukje stad beter te maken hem had geraakt. Hij vindt dat ook zijn generatie lef moet tonen. ‘Ga naar buiten, kijk rond en durf. In een fluïde samenleving als de onze, waar instituties niet meer vanzelfsprekend zijn, hebben wij de kans om onze ideeën en dromen daadwerkelijk te realiseren.’

Journalist Mark Hendriks volgt de Landschapstriënnale 2026 en vat zijn bevindingen samen in een aantal blogs. Deze stukken worden na afloop gebundeld in een Kroniek van het Landschap 2026.

Deel dit bericht