De Rijn heeft deze zomer bij Lobith een historisch laagwaterrecord verbroken. Juist in deze actuele context gingen 17 studenten tijdens de Summerschool van de Landschapstriënnale aan de slag met een prangende vraag: hoe ziet het Nederlandse rivierenlandschap eruit als de Rijn steeds meer de dynamiek van een regenrivier krijgt?
Deze Summer School vond plaats in aanloop naar de Landschapstriënnale 2026, die van 9 t/m 20 september plaatsvindt in de regio Arnhem. Onder begeleiding van experts uit het werkveld en docenten gingen de studenten aan de slag met een toekomst waarin extremere droogte en piekbuien het gedrag van de Rijn veranderen. De organisatie lag in handen van Arcadis, Hogeschool Van Hall Larenstein in Velp was de gastheer.
De timing van de Summerschool kon nauwelijks actueler. Op 10 augustus werd bij Lobith een gemiddelde waterafvoer van 614 kubieke meter per seconde gemeten, de laagste afvoer sinds het begin van de metingen. Daarmee werd het laagwaterrecord uit 1947 verbroken. Rond deze tijd van het jaar stroomt normaal ongeveer 2.000 kubieke meter per seconde door de Rijn.
De studenten onderzochten in vier multidisciplinaire teams wat extremere droogte, piekbuien en een veranderend watersysteem kunnen betekenen voor het landschap rond Arnhem. Hun opdracht was niet om bestaande problemen op te lossen, maar om vooruit te kijken: welke landschappen kunnen ontstaan als we water en klimaatverandering als uitgangspunt nemen? De studenten werkten aan vier delen van het Rijnsysteem: de Waal, het Pannerdensch Kanaal, de IJssel en de Nederrijn.
Het gesprek tussen Waal en Kanaal
Voor de Waal en het Pannerdensch Kanaal onderzochten de studenten nieuwe manieren om water en scheepvaart met elkaar te verbinden. In ‘Het gesprek tussen Waal en Kanaal’ stelden Micha, Twan, Rowe en Chantal een nieuw scheepvaartkanaal langs de stuwwal voor. De huidige Waal krijgt daarbij ruimte voor waterberging, natuur en dynamiek.
Van Splitsing naar Kruising
Daniëlle, Pasqualle, Tine en Karishma ontwikkelden voor het Pannerdensch Kanaal ‘Van Splitsing naar Kruising’. Oude Rijnstrangen en de Linge fungeren in hun toekomstbeeld als waterbuffers, terwijl een nieuwe waterleiding zorgt voor zoetwatervoorziening richting de IJssel en het IJsselmeer.
Het Butterfly Effect
Voor de IJssel kozen Coen, Iris, Lisanne en Yoonseo een verrassend vertrekpunt: de koninginnenpage. In ‘Het Butterfly Effect’ reageren zij op de afname van de vlinderpopulatie. Hun toekomstbeeld maakt van de IJssel een vlindervallei, met zachtere randen, nieuwe waardplanten en ‘sponzen’ die water kunnen vasthouden.
Wal en Dal, we gebruiken al
Ook de Nederrijn krijgt in ‘Wal en Dal, we gebruiken al’ een nieuw toekomstbeeld. Zoë, Annaïda, Fabiënne en Joep ontwierpen een slimme waterkringloop tussen de stuwwallen en het rivierdal. Water wordt opgeslagen in onder meer droogdalen en kan bij droogte weer worden ingezet. Zo ontstaat een dynamisch landschap waarin waterberging, natuur, landbouw, industrie en woningbouw samenkomen.
Ambitieus en radicaal
De vier scenario’s zijn ambitieus en soms bewust radicaal. Juist dat was onderdeel van de opdracht: studenten de ruimte geven om bestaande systemen los te laten en te onderzoeken wat er mogelijk wordt als water en klimaat daadwerkelijk richtinggevend zijn. Sjaak Punt, bestuurslid van de Landschapstriënnale en betrokken bij de Summer School, zag dat terug in de ideeën van de studenten. ‘De plannen riepen mooie gesprekken op. Te radicaal? Misschien. Maar ook spoorlijnen, kanalen en deltawerken waren ooit revolutionair.’
Volgens Sjaak laten de resultaten zien wat nodig is om over de toekomst van het rivierenlandschap na te denken: ‘Grote opgaven vragen om lef, verbeeldingskracht en integraal denken.’
De studenten presenteerden hun toekomstbeelden aan experts en professionals uit het vakgebied. Daarmee kwam een intensieve week van onderzoeken, ontwerpen en discussiëren tot een afsluiting, maar vooral tot nieuwe vragen over de Rijn van morgen.
De Summerschool is onderdeel van de Landschapstriënnale 2026, die van 9 t/m 20 september plaatsvindt in de regio Arnhem. Tijdens de Landschapstriënnale komen ontwerpers, onderzoekers, beleidsmakers, studenten, kunstenaars en andere betrokkenen in de regio Arnhem samen om te onderzoeken wat het betekent om bodem en water daadwerkelijk als basis te nemen voor het landschap van morgen.


































