Het idee alleen al overrompelde hem. Rijksadviseur Noel van Dooren moest even wennen aan de gedachte om klei uit de uiterwaarden te verplaatsen naar plekken bovenop de stuwwal. Vier studenten hadden dit geopperd als een manier om de waterhuishouding rond de Nederrijn bij Oosterbeek op orde te brengen. Door op hogere gronden ondoordringbare kleilagen aan te brengen kunnen stuwmeertjes ontstaan die tijdens droge periodes de omgeving toch van water voorzien.
De twijfel bij Van Dooren verdween een moment later als sneeuw voor de zon. Het plan, zo zei hij, is bij nader inzien in lijn met de enorme ingrepen die we vroeger deden in het rivierengebied – zoals het graven van kanalen of de aanleg van vele kribben. Sterker nog, de rijksadviseur meent dat dit soort verstrekkende interventies broodnodig zijn om de extreme problemen op en rond onze rivieren het hoofd te bieden. Hij wendde zich tot de studenten: ‘Jullie nemen hier een voorschot op door radicale ideeën gewoon te tekenen. Dat is super.’
Van Dooren sprak zijn woorden tijdens een speciale summerschool die eind augustus onder de vlag van de Landschapstriënnale plaatsvond. In slechts vier dagen bedachten studententeams plannen voor het rivierlandschap van de toekomst.
Op de slotdag presenteerden de studenten – afkomstig van uiteenlopende opleidingen – hun werk aan een select gezelschap van experts uit de water- en ontwerpwereld. Het team dat klei wil verplaatsen legde uit hoe vanuit de stuwmeertjes water geleidelijk afvloeit, als ware het nieuwe sprengen – daardoor zullen bossen niet verdrogen en worden natuurbranden voorkomen. Ze gaan technische hoogstandjes niet uit de weg. Als boeren in de Betuwe bij droogte om water verlegen zitten, biedt een aquaduct vanaf de stuwwal uitkomst. En als de uiterwaarden overlopen, pompt een leidingensysteem overtollig water omhoog naar de stuwmeertjes bovenop.
Dat de teams door de organisatie – de ontwerpafdeling van Arcadis – waren aangemoedigd om ongebaande paden te bewandelen, bleek uit het spraakmakende voorstel om parallel aan de Waal een splinternieuw kanaal te graven. Daarmee rekenen de bedenkers af met de schizofrenie van een rivier die zowel natuurlandschap is als belangrijke scheepvaartroute. Een reguleringssysteem moet voor een vast waterpeil zorgen, waardoor het kanaal altijd bevaarbaar is. Ondertussen groeit de bedding van de Waal uit tot een dynamisch natuurgebied. Bij veel water zal het onder lopen, bij een tekort staat het droog. De studenten voorspellen een fraai schouwspel met langs het kanaal een skyline van containers en hijskranen.
Weer een ander team combineert de herprofilering van de oude Rijnstrangen ten noorden van de Linge – als een gebied voor andere teelten en wonen op terpen – met de aanleg van een heuse waterleiding langs het Pannerdensch kanaal richting de IJssel. De studenten menen dat het kanaal niet langer beschouwd mag worden als enkel een vaarverbinding, maar als een cruciale schakel in onze toekomstige drinkwatervoorziening. Dit standpunt blijkt zo gek nog niet, getuige de reactie van Harry Lamers van Vitens. Volgens hem is het op lange termijn niet ondenkbaar dat IJsselwater gebruikt gaat worden voor de productie van drinkwater – extra voeding via zo’n waterbuis is dan geen overbodige luxe.
Na afloop benadrukte Ysbrand Graafsma van waterschap Rijn en IJssel het belang van dit soort ontwerpexercities. De transities waarvoor hij en zijn collega’s staan vragen immers om een compleet andere inrichting van het landschap. Net als Van Dooren vindt Graafsma dat radicale denkoefeningen helpen om tot verrassende oplossingen te komen. Voor de deelnemende studenten bleek radicaal denken een tweede natuur Zoals de student zei die in Zweden Design+Change – what’s in a name – studeert: ‘Wilde ideeën zijn nodig om echte veranderingen voor elkaar te krijgen. Ontwerp is uitermate geschikt om dat wat nu ondenkbaar en onhaalbaar lijkt overtuigend neer te zetten.’
Als vrije denkruimte nam de summerschool een voorschot op de eigenlijke triënnale die op 9 september van start gaat. De landschapsmanifestatie is een plek voor nieuwe ideeën, onverwachte samenwerkingen en inspirerende gesprekken over hoe we opnieuw leren leven met de dynamiek van het water. Het valt te hopen dat de ontwerpers, bestuurders, bewoners, experts en beleidsmakers die de komende periode in Arnhem samenkomen het goede voorbeeld van de studenten volgen.
Journalist Mark Hendriks bezoekt tijdens de Landschapstriënnale 2026 een aantal evenementen en schrijft daar een artikel kroniek over. Al deze artikelen worden gebundeld en na afloop van de Landschapstriënnale 2026 gepubliceerd in de Kroniek van het Landschap 2026.



