Kroniek van de Landschapstriënnale: ruimte voor ecologische en culturele betekenis van water

Het was een ongewone ontmoeting tijdens het slot van de Landschapstriënnale op een winderige zondagmiddag in Park Sonsbeek. Een ietwat sullige gemaalbeheerder raakte in gesprek met een aal – die tijdelijk de gedaante van een vrouw had aangenomen. Toen de beheerder omstanders wees op de belangrijke rol die hij had – als ‘ridder van de droge voeten’ zorgde hij met zijn gemaal dat tienduizenden gevrijwaard bleven van overstromingen – verweet de mens geworden aal hem dat de schoepen haar zus hadden vermorzeld.

Terwijl de man murmelde dat ze de vistrap hadden moeten nemen, begon de aal over de vele obstakels die zij en haar soortgenoten moeten overwinnen om van de ondiepe en zandige slootjes tot aan zee te komen. ‘De zee?’, vroeg de gemaalbeheerder, ‘waarom moet je naar zee?’ ‘Omdat ik verlang naar Sargasso’, antwoordde de aal, doelend op de Sargassozee bij Bermuda, waar alle Europese palingen ooit naar terugkeren om te paaien.

U begrijpt, deze dialoog was niet echt en onderdeel van een speciaal voor de triënnale geschreven voorstelling van theatergroep De Plaats. De makers sneden een onderwerp aan dat tijdens de Landschapstriënnale vaker ter tafel kwam. Namelijk dat we in Nederland nog altijd met een ingenieursblik naar ons watersysteem kijken en daarmee geen recht doen aan bijvoorbeeld de natuur of de culturele waarde die een rivier of beek in zich draagt. Hoewel de afgelopen jaren steeds meer projecten ruimte geven aan en inspelen op natuurlijke processen – denk aan hoe de rechtgetrokken Baakse Beek sinds kort weer een wirwar van stroompjes en geultjes is, denk aan sommige Ruimte voor de Rivier-projecten – zijn techniek, efficiency en ratio nog vaak leidend in hoe we watervraagstukken aanvliegen. Het zou goed zijn, sprak triënnalebestuurslid en landschapsarchitect Sjaak Punt bij aanvang, als we die technocratische houding soms durven loslaten om plaats te maken voor de ecologische, culturele en maatschappelijke betekenis die het water heeft.

Het is precies wat Jeffrey van der Sluijs bepleit. De pas afgestudeerde landschapsontwerper mocht vertellen over Bangkok waar ‘het leven met water’ diep in het DNA van de mensen zit. Die manier van leven is evenwel onder druk komen te staan omdat ook in Bangkok grote ingenieurswerken van dijken en dammen het amfibische landschap uitwissen. In dit monofunctionele systeem – dat op niks anders gericht is dan het zo snel mogelijk afvoeren van water – zijn de mensen weliswaar veilig, maar hun ‘geochoreografiën’ zijn verloren gegaan. Volgens Van der Sluijs zijn dit ‘de handelingen en bewegingen van de dans van het leven, die ontspruit uit de ambiguïteit en informaliteit van het Thaise deltalandschap’.|

De jonge ontwerper wijt dit aan een gebrek aan aandacht voor het narratief dat achter alle wateren schuilgaat, voor wat hij noemt ‘de mythes, de worteling en de relaties die mensen met het water aangaan’. In Nederland zijn visies en plannen veelal rationeel van aard, nauwelijks rekenschap gevend van de culturele betekenis die water voor velen heeft. Kijkend naar het publiek werpt Van der Sluijs een fundamentele vraag op. ‘Is het niet interessant om ruimte te maken voor hoe wij in zo’n natte context bewegen, bedrijven, spelen en vereren? Niet achter de dijken, maar middenin het water.’

De oproep miste zijn doel niet. In het publiek was een waterschapmedewerker tot tranen toe geroerd. ‘We dragen zorg voor zoiets kwetsbaars als water, maar in onze aanpak zijn management, geld en tabellen leidend’, vertelde ze. ‘Als ik andere waarden centraal wil stellen, loop ik tegen muren op.’ Kijkend naar Van der Sluijs: ‘Jouw generatie geeft me hoop dat het ooit anders zal gaan.’

Journalist Mark Hendriks volgt de Landschapstriënnale 2026 en vat zijn bevindingen samen in een aantal blogs. Deze stukken worden na afloop gebundeld in een Kroniek van het Landschap 2026.

Deel dit bericht